Dr. Arne Ballet · cardioloog

Als het verder moet.Onderzoeken en behandelingen in het ziekenhuis

Soms is na de consultatie een onderzoek of een behandeling in het ziekenhuis nodig. Hier leest u waarom, hoe u zich voorbereidt, hoe het verloopt en wat de risico's zijn. Scroll verder: per ingreep toont het model wat er in het hart gebeurt.

  1. 01 PraktijkConsultatie en eerste onderzoeken
  2. 02 VoorbereidingUitleg, afspraak en instructies
  3. 03 ZiekenhuisOnderzoek of ingreep
  4. 04 PraktijkResultaat en opvolging
Projectie
AP 0°
Ritme
Sinus · 60/min
Onderwerpen
23 toegelicht
Opvolging
Jan Van Rijswijcklaan 74

Van praktijk naar ziekenhuis

U staat er niet alleen voor

Een ingreep in het ziekenhuis is geen eindpunt. De praktijk blijft uw vaste aanspreekpunt, voor en na.

  1. Consultatie

    We bespreken uw klachten en doen de onderzoeken die in de praktijk kunnen. Samen beslissen we of verder onderzoek of een behandeling zinvol is.

  2. Voorbereiding

    U krijgt uitleg over de ingreep, de voordelen en de risico's, en duidelijke instructies over medicatie, nuchter zijn en vervoer.

  3. In het ziekenhuis

    Het onderzoek of de ingreep gebeurt door het team van het hartcentrum. Vooraf geeft u schriftelijk toestemming.

  4. Opvolging

    We bespreken het resultaat in de praktijk en stemmen de behandeling af. Uw huisarts krijgt een verslag.

Dr. Ballet werkt in het ZAS Hartcentrum, campus Middelheim (Antwerpen). U kunt ook kiezen voor een ander ziekenhuis: we bespreken dat samen en zorgen dat uw gegevens meegaan.

0

Het hart

Hoe het hart werkt, en hoe u thuis zelf uw bloeddruk opvolgt.

01 · Hoe werkt het hart?

Vier holtes, vier kleppen.

± 70 slagen per minuut · 4 à 5 liter per minuut

De rechterhelft pompt zuurstofarm bloed naar de longen, de linkerhelft zuurstofrijk bloed naar het lichaam. Vier kleppen houden de stroom in één richting. Een elektrische prikkel uit de sinusknoop zet elke slag in gang, en de kransslagaders voeden de hartspier zelf.

Hartslag ± 70/minDebiet 4–5 l/min
Lees meer

02 · Bloeddruk thuis meten

Elke slag een drukgolf.

7 dagen · 's ochtends en 's avonds · telkens 2 metingen

Bij elke samentrekking stuwt de linkerkamer bloed in de aorta. Die drukgolf loopt verder door alle slagaders: de bovendruk is de top van die golf, de onderdruk het dal. Een te hoge druk belast het hart, de hersenen en de nieren jarenlang ongemerkt.

Thuis hoog vanaf 135/85 mmHgMetingen 2× per moment
Alles over bloeddruk thuis meten

I

Beeldvorming en functietests

Het hart in beeld brengen in rust en tijdens inspanning.

03 · CT kransslagaders

Vaten zonder katheter.

± 15 min · geen verdoving · meteen naar huis

Een CT-scan toont de kransslagaders in drie dimensies na een inspuiting met contrast in de arm. Een normale scan sluit een belangrijke vernauwing vrijwel uit. De calciumscore telt de kalk in de vaatwand en helpt het risico op een hartinfarct inschatten.

Calciumscore 0Straling ± 1–5 mSv
Alles over CT kransslagaders

04 · MRI van het hart

Snede na snede.

45–60 min · geen straling · meteen naar huis

De MRI snijdt het hart in dunne plakjes, van de basis tot de punt. Zo meten we de pompkracht heel nauwkeurig. Na een contrastinspuiting lichten littekens en ontstekingen op (late aankleuring), wat helpt om de oorzaak van een hartspierziekte of ritmestoornis te vinden.

Snede 1/12Straling geen
Alles over MRI van het hart

05 · Slokdarmecho (TEE)

Van achteren bekeken.

15–30 min · lichte sedatie · dezelfde dag naar huis

De sonde schuift via de mond in de slokdarm, vlak achter de linkervoorkamer. Zo zien we de hartkleppen, het tussenschot en vooral het linkerhartoortje: de plaats waar zich bij voorkamerfibrillatie een klonter kan vormen.

Diepte 20 cmHartoortje geen klonter
Alles over slokdarmecho (TEE)

06 · Ligfietsecho

Echo in beweging.

± 1 uur · u mag eten · meteen naar huis

U ligt licht op de linkerzij op een ligfiets, zodat de echosonde vrij spel heeft. De weerstand stijgt stap voor stap. Bij elke trap vergelijken we de beelden met die in rust: trekt elke wand even krachtig samen, en hoe gedragen de kleppen zich?

Belasting 25 WHartslag 75/min
Alles over ligfietsecho

07 · Dobutamine-stressecho

Inspanning zonder fiets.

± 1 uur · infuus · dezelfde dag naar huis

Via een infuuspomp krijgt u stap voor stap meer dobutamine, tot de hartslag het streefdoel bereikt. Bij elke stap maken we echobeelden en vergelijken we de wandbeweging met die in rust. Een wand die achterblijft, kan wijzen op een vernauwde kransslagader.

Dobutamine 5 µg/kg/minHartslag 70/min
Alles over dobutamine-stressecho

II

Kransslagaders

Vernauwingen opsporen en behandelen via een katheter in de pols.

08 · Coronarografie

Contrast in de kransslagaders.

20–45 min · plaatselijke verdoving · dagziekenhuis

Via een slagader in de pols schuift een katheter naar de oorsprong van de kransslagaders. Bij elke inspuiting met contrast vult het vaatnetwerk zich en ziet de camera, vanuit verschillende hoeken, waar een vernauwing zit en hoe ernstig ze is.

Toegang polsKransslagader links (LCA)Projectie RAO 30°
Alles over coronarografie

09 · Dotter en stent (PCI)

Ballon en stent.

30–90 min · plaatselijke verdoving · dagziekenhuis tot 1 nacht

Een flinterdunne draad steekt door de vernauwing. Daarover schuift een ballonnetje dat de vernauwing openduwt, en een stent die het vat blijvend open houdt. De stent geeft de eerste maanden een medicijn af dat nieuwe vernauwing tegengaat. Daarna stroomt het bloed weer vrij naar de hartspier.

Vernauwing 80 %Doorstroming TIMI 2
Alles over dotter en stent (PCI)

III

Kleppen en tussenschot

Ingrepen via een katheter aan de aortaklep, het tussenschot en het linkerhartoortje.

10 · TAVI

Een nieuwe klep in de oude.

± 2 uur · lokale of algemene verdoving · enkele dagen opname

Via de liesslagader schuift een katheter langs de aortaboog naar de verkalkte aortaklep. Daar ontplooit de nieuwe klep in haar metalen frame en duwt ze de oude klepbladen opzij. De nieuwe klep werkt meteen: de drukval over de klep zakt en de linkerkamer kan weer vrij pompen.

Gradiënt 48 mmHgKlepopening 0,7 cm²
Alles over TAVI

11 · PFO-sluiting

Het tussenschot dicht.

± 1 uur · algemene narcose · 1 nacht

Kleine luchtbelletjes, ingespoten in een ader, kruisen bij een PFO van de rechter- naar de linkervoorkamer. Een katheter via de liesader plaatst een dubbel parapluutje: één schijfje in de linker-, één in de rechtervoorkamer. Ze klemmen het tussenschot vast en later groeit er weefsel over.

Shunt rechts → linksBegeleiding slokdarmecho
Alles over PFO-sluiting

12 · Linker hartoorsluiting

Het oortje afgesloten.

± 1 uur · algemene narcose · 1 nacht

Bij voorkamerfibrillatie stroomt het bloed traag in het linkerhartoortje, waardoor er klonters kunnen ontstaan. Via de liesader en een prik door het tussenschot bereikt de katheter de linkervoorkamer. Daar ontvouwt een parapluutje in de opening van het oortje en sluit het af.

Hartoortje openParapluutje 2–3 cm
Alles over linker hartoorsluiting

IV

Hartritme

Ritmestoornissen en flauwvallen opsporen, in kaart brengen en behandelen.

13 · Elektrofysiologisch onderzoek

Het ritme van binnenuit.

1–2 uur · lichte sedatie · dagziekenhuis

Via een ader in de lies schuiven vier katheters naar vaste plaatsen: hoog in de rechtervoorkamer, de bundel van His, de sinus coronarius en de rechterkamer. Elke katheter registreert lokaal de stroom. Met korte, gecontroleerde prikkels lokken we de ritmestoornis uit om ze in kaart te brengen.

AH 85 msHV 45 msProjectie RAO 30°
Alles over elektrofysiologisch onderzoek

14 · Ablatie van voorkamerfibrillatie (PVI)

Een ring rond de longaders.

1–3 uur · sedatie of narcose · meestal 1 nacht

Een driedimensionale kaart toont de linkervoorkamer: paars is gezond weefsel. Punt voor punt, of met een ballon, ontstaat een gesloten ring rond de linker en de rechter longaders. Is de ring dicht, dan kleurt het weefsel erbinnen grijs: de longaders zijn elektrisch geïsoleerd.

Lesies 0/52Links openRechts open
Alles over ablatie van voorkamerfibrillatie (PVI)

15 · Ablatie van flutter en SVT

Het circuit doorbroken.

1–2 uur · lichte sedatie · dagziekenhuis

Bij typische voorkamerflutter loopt een elektrische golf, zo'n 300 keer per minuut, rond de tricuspidalisklep. Een lijn van lesies tussen de klep en de onderste holle ader (de CTI-lijn) doorbreekt dat circuit. De golf vindt geen weg meer en het hart valt terug in een normaal ritme.

Ritme flutter 2:1CTI-lijn open
Alles over ablatie van flutter en SVT

16 · Elektrische cardioversie

Eén schok, terug in ritme.

korte narcose · enkele uren · dezelfde dag naar huis

Bij voorkamerfibrillatie vuren de voorkamers chaotisch. Via twee elektroden op borst en rug geeft het toestel één korte schok, precies getimed op de hartslag. Die zet alle cellen tegelijk stil, waarna de sinusknoop het ritme weer overneemt.

Ritme voorkamerfibrillatieSchok synchroon
Alles over elektrische cardioversie

17 · Implanteerbare looprecorder

Jaren bewaking.

10–20 min · plaatselijke verdoving · meteen naar huis

Via een sneetje van ongeveer een centimeter schuift de recorder onder de huid, links naast het borstbeen. Hij registreert elke slag en bewaart automatisch afwijkende ritmes, of een fragment wanneer u zelf op de app drukt. Via thuismonitoring komen de gegevens bij het team terecht.

Dag 1Bewaard geen
Alles over implanteerbare looprecorder

18 · Kanteltafeltest

Van liggen naar staan.

± 45 minuten · nuchter · niet zelf rijden

De tafel kantelt naar ongeveer 70°: u staat bijna rechtop, met een riem veilig vastgezet. Een huls rond de vinger meet elke slag de bloeddruk. Bij een reflexsyncope zakken bloeddruk en hartslag plots; zodra u wegzakt, gaat de tafel meteen weer plat en herstelt u binnen enkele seconden.

Kanteling 0°Bloeddruk 124/78Hartslag 68/min
Alles over kanteltafeltest

V

Toestellen

Pacemakers en defibrillatoren: het hart ondersteunen of beschermen.

19 · Pacemaker-implantatie

Stimulatie via de eigen geleiding.

45–90 min · plaatselijke verdoving · dagziekenhuis of 1 nacht

Klassiek zit de lead in de punt van de rechterkamer. Dan trekt het hart wat ongelijk samen en is het QRS op het ECG breed. Bij conduction system pacing schroeft de lead zich in het tussenschot tot in de linkerbundeltak. De prikkel volgt dan de natuurlijke geleiding en het QRS wordt smal.

QRS 165 msStimulatie rechterkamer
Alles over pacemaker-implantatie

20 · Vervanging van een pacemaker

Alleen het toestel.

± 1 uur · plaatselijke verdoving · geen rijverbod

Via een kleine snede op het oude litteken wordt het oude toestel losgeschroefd van de leads. We meten of de leads nog goed werken, koppelen ze aan het nieuwe toestel en schuiven dat terug in het zakje onder de huid. Er komt niets nieuws in het hart.

Batterij vervangingsindicatorLeads blijven
Alles over vervanging van een pacemaker

21 · Implanteerbare defibrillator (ICD)

Een vangnet in het hart.

± 1,5 uur · plaatselijk met sedatie · 1 nacht

Een lead met een shockcoil ligt in de rechterkamer. Ontstaat er een kamertachycardie, dan probeert het toestel ze eerst pijnloos te stoppen met snelle stimulatie. Lukt dat niet, of gaat het om kamerfibrillatie, dan geeft de ICD een schok die het normale ritme herstelt.

Ritme sinusSysteem tweekamer-ICD
Alles over implanteerbare defibrillator (ICD)

22 · Onderhuidse defibrillator (S-ICD)

Bescherming onder de huid.

± 1,5 uur · lichte slaap · 1 à 2 dagen opname

Het toestel ligt links onder de oksel, de shocklead loopt onder de huid langs het borstbeen. Bij kamerfibrillatie herkent de S-ICD het chaotische ritme en geeft een schok door de borstkas heen. Omdat er geen draad in het hart zit, kan het toestel niet stimuleren bij een te trage hartslag.

Ritme sinusLead onderhuids
Alles over onderhuidse defibrillator (S-ICD)

23 · Resynchronisatietherapie (CRT)

Beide kamers weer samen.

3–4 uur · algemene narcose · 2 nachten

Bij een linkerbundeltakblok bereikt de prikkel de zijwand van de linkerkamer veel te laat: de kleuren tonen hoe de activatie achterblijft. Een extra lead via de sinus coronarius stimuleert die zijwand rechtstreeks. Samen met de lead in de rechterkamer trekken beide kamers weer tegelijk samen en wordt het QRS smaller.

QRS 170 msActivatie linkerbundeltakblok
Alles over resynchronisatietherapie (CRT)

Voor elke ingreep

Goed voorbereid

Elke ingreep heeft eigen instructies, die u vooraf krijgt. Dit geldt bijna altijd:

  • Een lijst van uw medicatie, en de verslagen of brieven die u kreeg.
  • Duidelijke afspraken over bloedverdunners en diabetesmedicatie. Stop nooit zelf.
  • Nuchter zijn: meestal 6 uur vooraf, volgens de instructies van het ziekenhuis.
  • Allergieën melden, zeker voor contrastvloeistof, jodium, latex of antibiotica.
  • Na sedatie of narcose: iemand die u naar huis brengt.
  • Uw identiteitskaart en de gegevens van uw hospitalisatieverzekering.

Alle ingrepen

Lees meer per ingreep

Ook mogelijk

Andere onderzoeken en behandelingen

Wanneer zinvol, verwijs ik u ook door voor:

  • Cardiopulmonale inspanningstest (CPET)Inspanningsproef met meting van de ademgassen, om conditie en kortademigheid precies te ontleden.
  • Nucleaire perfusie (SPECT of PET)De doorbloeding van de hartspier in beeld brengen met een kleine dosis radioactieve stof.
  • Ablatie van extrasystolen of ventrikeltachycardieHaarden of littekencircuits in de kamers in kaart brengen en behandelen.
  • Mitralisklepherstel via een katheter (TEER)Een lekkende mitralisklep verkleinen met een clip, na bespreking in het hartteam.
  • Bypassoperatie en klepchirurgieWanneer een katheteringreep niet volstaat, in samenspraak met de hartchirurg.
  • CardiogeneticaErfelijkheidsonderzoek en familiescreening bij hartspierziekten en erfelijke ritmestoornissen.
  • HartrevalidatieBegeleid herstel na een infarct, stent, ingreep of bij hartfalen: 45 trainingssessies met advies over voeding, stoppen met roken en psychologische ondersteuning.

Veelgestelde vragen

Goed om te weten

Kan ik kiezen in welk ziekenhuis de ingreep gebeurt?

Ja. Dr. Ballet werkt in het ZAS Hartcentrum, campus Middelheim, maar u kunt ook voor een ander ziekenhuis kiezen. We zorgen dat uw gegevens meegaan en volgen u nadien verder op in de praktijk.

Wie voert de ingreep uit?

Ingrepen gebeuren in het ziekenhuis door het team van het hartcentrum: cardiologen, verpleegkundigen en technologen, met de nodige specialisatie. Vooraf krijgt u uitleg en geeft u schriftelijk toestemming.

Moet ik mijn bloedverdunners stoppen?

Dat hangt af van de ingreep. Voor een cardioversie of een ablatie van voorkamerfibrillatie zijn ze juist nodig. Voor andere ingrepen worden ze soms kort onderbroken. Stop nooit zelf: u krijgt vooraf duidelijke instructies.

Wat kost een ingreep?

Dat hangt af van de ingreep, het ziekenhuis en uw kamerkeuze. In een gemeenschappelijke of tweepersoonskamer mogen geen kamer- of ereloonsupplementen worden aangerekend. Vraag het ziekenhuis vooraf om een kostenraming; uw ziekenfonds en hospitalisatieverzekering kunnen u verder informeren.

Mag ik na een ingreep zelf naar huis rijden?

Na een sedatie of narcose niet, de rest van de dag. Zorg altijd dat iemand u kan ophalen.

Afspraak

Eerst het gesprek.

Elke ingreep begint met een consultatie in de praktijk. Daar bespreken we samen of een onderzoek in het ziekenhuis nodig is.