In het ziekenhuis · Toestellen
Vervanging van een pacemaker of defibrillator
Een pacemaker of defibrillator werkt op een batterij die na jaren leeg raakt. Dat zien we ruim op voorhand bij de controles. Bij een vervanging wisselen we alleen het toestel; de leads naar het hart blijven meestal zitten.
Bekijk het in 3D- Waar
- Cathlab of ingreepkamer
- Duur
- Ongeveer 1 uur
- Verdoving
- Plaatselijk, eventueel een lichte slaap
- Opname
- Dagziekenhuis tot 1 nacht
- Rijverbod
- Geen
- Draagdoek
- Niet nodig
Wanneer vervangen?
Een pacemaker gaat doorgaans 8 tot 12 jaar mee, een defibrillator of CRT-toestel ongeveer 7 tot 10 jaar, afhankelijk van hoe vaak het toestel moet ingrijpen. Bij elke controle lezen we de batterij uit. Bereikt die de vervangingsindicator, dan plannen we de wissel binnen enkele weken tot maanden. Er is dus geen haast, maar wacht ook niet te lang.
Voorbereiding
- We bespreken vooraf uw bloedverdunners: soms worden ze kort onderbroken, vaak lopen ze door.
- Blijf nuchter volgens de instructies, meestal vanaf middernacht.
- Vlak voor de ingreep krijgt u een antibioticum om infectie te voorkomen.
Hoe verloopt het?
Onder plaatselijke verdoving, eventueel met een lichte slaap, opent de arts het oude litteken. Het oude toestel wordt losgeschroefd van de leads. We meten of elke lead nog goed werkt en sluiten ze aan op het nieuwe toestel, dat in hetzelfde zakje komt. Werkt een lead niet goed meer, dan wordt er soms een nieuwe bijgeplaatst. De ingreep duurt ongeveer een uur.
Na de ingreep
- U mag snel weer uit bed. Na een ICD- of CRT-vervanging gaat u vaak dezelfde dag naar huis, na een pacemakervervanging soms de volgende dag.
- Een draagdoek is niet nodig en u mag de arm vrij bewegen.
- De plaats blijft enkele dagen tot weken gevoelig. Hou het verband droog; na ongeveer 10 dagen mag de pleister eraf en na een maand mag u zwemmen.
- Er geldt geen rijverbod na een vervanging.
- Een eerste controle volgt na ongeveer een maand, daarna zoals gewoonlijk in de praktijk.
Risico's
Het grootste risico is een infectie van het zakje. Dat risico is bij een vervanging hoger dan bij de eerste implantatie, in de orde van 1 tot 2 op 100, en ernstig: meestal moet dan het hele systeem verwijderd worden. Neem contact op bij roodheid, zwelling, wondvocht of koorts. Een bloeduitstorting in het zakje is mogelijk, vooral bij bloedverdunners.
Veelgestelde vragen
Wordt mijn instelling overgenomen?
Ja. Het nieuwe toestel wordt geprogrammeerd zoals het oude, tenzij we samen besluiten iets te verbeteren.
Kan ik op dat moment naar een ander type toestel?
Soms is een upgrade zinvol, bijvoorbeeld van een pacemaker naar een CRT-toestel bij een verminderde pompfunctie. Dat bespreken we vooraf; er is dan wel een nieuwe lead nodig.
Wat als de batterij plots leeg is?
Dat gebeurt niet onverwacht: het toestel geeft maanden op voorhand een waarschuwing, die we bij de controle of via thuismonitoring zien.
Bronnen
- Glikson M, et al. 2021 ESC Guidelines on cardiac pacing and cardiac resynchronization therapy. Eur Heart J 2021;42:3427–3520.
- Hartcentrum ZAS (Middelheim). Patiëntenbrochure ‘Vervanging van een pacemaker’ (versie 1704).
Geschreven en nagelezen door dr. Arne Ballet, arts-specialist in de cardiologie · bijgewerkt op 29 oktober 2026. Cijfers zijn ordegroottes uit richtlijnen en grote studies; uw persoonlijke risico bespreken we samen. Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies.