Dr. Arne Ballet · cardioloog

In het ziekenhuis · Hartritme

Ablatie van extrasystolen en ventrikeltachycardie

Extrasystolen zijn extra hartslagen die te vroeg komen. Als ze uit de kamers komen, spreken we van ventriculaire extrasystolen of PVC's. Ze zijn heel frequent en meestal onschuldig. Geven ze veel klachten, of zijn ze zo talrijk dat de pompkracht van het hart vermindert, dan kunnen we de plaats waar ze ontstaan met een ablatie uitschakelen. Op dezelfde manier behandelen we ventrikeltachycardie (VT): een snelle ritmestoornis uit de kamers, meestal rond een litteken.

Bekijk het in 3D
Waar
Elektrofysiologielabo (EP-labo)
Duur
2 tot 4 uur, bij VT soms langer
Verdoving
Lichte sedatie; bij VT vaak algemene narcose
Toegang
Ader in de lies, soms ook de liesslagader
Opname
Meestal 1 nacht, bij VT enkele dagen
Vooraf
Holter om het aantal extrasystolen te meten

Wanneer een ablatie?

Vooraf maken we een holter van 24 uur of langer om te tellen hoeveel extrasystolen er zijn en hoe ze eruitzien. De vorm op het ECG verraadt vaak al uit welke plaats ze komen.

Voorbereiding

Hoe verloopt het?

Onder plaatselijke verdoving in de lies schuiven we katheters naar het hart. Bij extrasystolen gebeurt dat meestal onder lichte sedatie, omdat diepe narcose de extra slagen kan onderdrukken. Met een 3D-mappingsysteem bouwen we een kaart van de kamer en zoeken we het punt dat bij elke extrasystole het vroegst geactiveerd wordt. Zo nodig controleren we die plaats door er te stimuleren en te vergelijken met de vorm op het ECG. Daar volgen enkele lesies met radiofrequentie (warmte).

Bij VT rond een litteken brengen we het litteken zelf in kaart en schakelen we de geleidingsbanen erin uit. Dat duurt langer en gebeurt vaak onder narcose. Soms is daarvoor een toegang via de slagader of via het tussenschot naar de linkerkamer nodig, en uitzonderlijk een toegang langs de buitenkant van het hart.

Na de ingreep

Slaagkans

Bij extrasystolen uit de rechter uitstroombaan verdwijnen ze na de ablatie bij de grote meerderheid, ongeveer 8 tot 9 op 10 patiënten. Uit andere plaatsen is dat iets lager. Bij VT rond een litteken vermindert een ablatie het aantal episodes en ICD-schokken duidelijk, maar komt de ritmestoornis bij een deel van de patiënten na verloop van tijd terug.

Veelgestelde vragen

Zijn extrasystolen gevaarlijk?

Bij een gezond hart meestal niet. We kijken wel altijd naar de pompfunctie met een echocardiografie en naar het aantal extrasystolen met een holter. Bij heel veel extrasystolen of een onderliggende hartziekte volgen we u nauwer op.

Waarom moet ik mijn medicatie stoppen voor de ingreep?

Omdat we de extrasystolen tijdens de ingreep moeten zien om hun oorsprong te vinden. Medicatie kan ze onderdrukken. Stop alleen zoals afgesproken.

Heb ik na een VT-ablatie nog een ICD nodig?

Ja. De ablatie vermindert het aantal ritmestoornissen, maar de ICD blijft de bescherming als er toch nog een gevaarlijk ritme optreedt.

Bronnen

  1. Zeppenfeld K, et al. 2022 ESC Guidelines for the management of patients with ventricular arrhythmias and the prevention of sudden cardiac death. Eur Heart J 2022;43:3997–4126.
  2. Cronin EM, et al. 2019 HRS/EHRA/APHRS/LAHRS expert consensus statement on catheter ablation of ventricular arrhythmias. Heart Rhythm 2020;17:e2–e154.

Geschreven en nagelezen door dr. Arne Ballet, arts-specialist in de cardiologie · bijgewerkt op 31 oktober 2026. Cijfers zijn ordegroottes uit richtlijnen en grote studies; uw persoonlijke risico bespreken we samen. Deze informatie vervangt geen persoonlijk medisch advies.